Plantages

Plantages in Suriname, per naam

Suriname was een plantagekolonie. Rond 1770 draaiden er ongeveer 450 plantages langs de Suriname, de Commewijne en de Cottica, met gemiddeld zo’n 126 tot slaaf gemaakte mensen per plantage. Zij draaiden op dwangarbeid: op mensen die uit West-Afrika waren verscheept en op hun kinderen. Na de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 werden diezelfde velden bewerkt door contractarbeiders uit Brits-Indië, vanaf 1873, en uit Java, vanaf 1890.

Dat is geen achtergrondverhaal maar de directe familiegeschiedenis van een groot deel van Nederland. Daarom staat hieronder elke plantage apart: wat er groeide, wie hem bezat, hoeveel mensen er onvrij werden gehouden, wat er na 1863 gebeurde, wat er nu nog staat en of je er kunt komen.

We schrijven op wat we kunnen verantwoorden en laten weg wat we niet kunnen controleren. Waar een plantage in de emancipatieregisters van 1863 of in de immigratieregisters voorkomt, zeggen we dat erbij, want dat is precies wat je verder helpt.

Deze pagina’s zijn samengesteld uit gepubliceerde bronnen, laatst gecontroleerd in augustus 2026, en zijn nog niet ter plaatse geverifieerd. Zie je een fout of ken je een familienaam die hierbij hoort? Mail ons, we corrigeren met bronvermelding.

Veelgestelde vragen

Hoeveel plantages waren er in Suriname?

Rond 1770 telde Suriname ongeveer 450 werkende plantages, met gemiddeld zo’n 126 tot slaaf gemaakte mensen per plantage; van de 406 plantages die toen zijn geteld, produceerde ongeveer 75 procent koffie. Bij de afschaffing in 1863 waren er nog ruim 200 in bedrijf. De archiefgids Plantages in Suriname 1699-1909 van het Nationaal Archief is het startpunt om er een terug te vinden.

Hoe vind ik de plantage van mijn voorouders?

Begin bij de database Emancipatie 1863 van het Nationaal Archief in Den Haag. Let op: die zoek je op persoonsnaam, niet op plantagenaam. Je vindt bij een persoon een borderelnummer, en met dat nummer vind je de plantage terug in de borderellen in archieftoegang 2.02.09.08. De Surinaamse slavenregisters van 1830 tot 1863 zijn wel per eigenaar of plantage geordend en volledig gedigitaliseerd. Voor Hindostaanse en Javaanse voorouders noemen de immigratieregisters naam, schip, aankomstdatum en de plantage waar iemand werd geplaatst.

Wat gebeurde er op 1 juli 1863?

Op 1 juli 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft. De vrijgemaakte mensen kwamen daarna nog tien jaar onder Staatstoezicht te staan, tot 1 juli 1873: wie tussen de 15 en 60 was moest een arbeidscontract tekenen, meestal op dezelfde plantage. De eigenaren kregen 300 gulden per persoon uitgekeerd. De mensen zelf kregen niets.

Kun je Surinaamse plantages bezoeken?

Sommige wel. Peperpot is een natuurpark op 8 km van Paramaribo, Frederiksdorp aan de Commewijne is gerestaureerd en heeft een hotel, en Mariënburg met zijn suikerfabriek is over de weg bereikbaar. Veel andere plantages zijn alleen per boot te bereiken of liggen inmiddels onder bos. Onze Commewijne-plantagetour (€75 p.p.) doet er een aantal op één dag.

Waarom staan hier plantages op een reissite?

Omdat dit voor een groot deel van onze gasten de reden van de reis is. Van de ongeveer 365.000 Surinaamse Nederlanders zoeken velen één specifieke naam: die van de plantage in het emancipatieregister van 1863 of in het immigratieregister van hun overgrootvader. Wij zetten die namen hier neer met wat we erover kunnen verantwoorden.