Plantages
Plantages in Suriname, per naam
Suriname was een plantagekolonie. Rond 1770 draaiden er ongeveer 450 plantages langs de Suriname, de Commewijne en de Cottica, met gemiddeld zo’n 126 tot slaaf gemaakte mensen per plantage. Zij draaiden op dwangarbeid: op mensen die uit West-Afrika waren verscheept en op hun kinderen. Na de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 werden diezelfde velden bewerkt door contractarbeiders uit Brits-Indië, vanaf 1873, en uit Java, vanaf 1890.
Dat is geen achtergrondverhaal maar de directe familiegeschiedenis van een groot deel van Nederland. Daarom staat hieronder elke plantage apart: wat er groeide, wie hem bezat, hoeveel mensen er onvrij werden gehouden, wat er na 1863 gebeurde, wat er nu nog staat en of je er kunt komen.
We schrijven op wat we kunnen verantwoorden en laten weg wat we niet kunnen controleren. Waar een plantage in de emancipatieregisters van 1863 of in de immigratieregisters voorkomt, zeggen we dat erbij, want dat is precies wat je verder helpt.
-
Plantage Mariënburg
Mariënburg in Commewijne werd in 1745 aangelegd door Maria de la Jaille, kwam in 1882 in handen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij en werd de grootste suikeronderneming van Suriname. De eerste 94 Javaanse contractarbeiders die op 9 augustus 1890 aankwamen, werden hierheen gestuurd.
-
Plantage Frederiksdorp
Frederiksdorp aan de Commewijnerivier werd in 1747 aangelegd door de Pruis Johan Friederich Knöffel, produceerde koffie tot 1873 en daarna cacao, en is een van de weinige Surinaamse plantages waarvan het politiebureau en de gevangeniscellen bewaard zijn gebleven.
-
Plantage Peperpot
Peperpot aan de rechteroever van de Surinamerivier is een van de oudste plantages van Suriname, aangelegd rond 1651 tot 1660, en produceerde achtereenvolgens suiker, cacao, koffie, katoen en citrus tot het bedrijf in de jaren negentig stopte. Bij de emancipatie van 1863 werden hier 51 mensen vrijverklaard.
-
Plantage Alliance
Alliance in Commewijne ontstond in 1829 toen de Schot Adam Cameron twee uitgeputte koffieplantages samenvoegde en op suiker overging; in 1863 werden er 502 mensen vrijverklaard, en tussen 1873 en 1929 werkten er 2.016 Hindostaanse en 2.136 Javaanse contractarbeiders.
-
Plantage Rust en Werk
Rust en Werk aan de Commewijnerivier werd in 1750 aangelegd door de latere gouverneur Wigbold Crommelin, en is voor stamboomonderzoek een van de rijkste plantages van het land: in 1863 werden er 430 mensen vrijverklaard, onder 166 familienamen.
-
Plantage Katwijk
Katwijk aan de Commewijnerivier werd in 1746 toegewezen aan de toen dertienjarige Alida Maria Wossink en is vandaag de enige nog werkende koffieplantage van Suriname; in 1759 werkten er 159 tot slaaf gemaakte mensen en in 1863 werden er 127 vrijverklaard.
-
Plantage Johan en Margaretha
Johan en Margaretha aan de Commewijnerivier, in het Sranan Kerkigron, was van 1757 tot 1779 eigendom van de evangelisch-lutherse gemeente in Paramaribo, die de plantage inclusief de daar tot slaaf gemaakte mensen kocht als bron van inkomsten. In 1863 werden hier 255 mensen vrijverklaard.
-
Plantage Zorg en Hoop
Zorg en Hoop aan de Beneden-Commewijne, aangelegd in 1747, is de plantage waar Hindostaanse contractarbeiders op 24 september 1884 in opstand kwamen en waar de vierentwintigjarige Janey Tetary op 26 september van dichtbij in het achterhoofd werd geschoten.
-
Plantage Zoelen
Zoelen aan de Commewijnerivier werd in 1749 gesticht door Constantinus Gerardus Nobel en baron Willem Hendrik Pieck van Zoelen; in 1863 werden er 115 mensen vrijverklaard, en in september 1884 werd er een opstand van contractarbeiders door het leger neergeslagen.
-
Plantage Reynsdorp (Bakkie)
Reynsdorp aan de Warappakreek, sinds het begin van de twintigste eeuw beter bekend als het dorp Bakkie, was een koffieplantage van rond de honderd tot slaaf gemaakte mensen; bij de emancipatie van 1863 lag de productie stil en werden er maar vijf mensen vrijverklaard.
-
Plantage Voorburg
Voorburg aan de Surinamerivier, direct naast Fort Nieuw Amsterdam, werd rond 1750 aangelegd als moestuin voor het fort en werd daarna een suikerplantage; bij de emancipatie van 1863 stonden er 195 mensen geregistreerd, ingediend onder borderel PL213.
-
Plantage Dordrecht
Op plantage Dordrecht aan de Surinamerivier werden op 1 juli 1863 152 mensen vrijverklaard, en hun nieuwe achternamen beginnen vrijwel allemaal met een B, een E of een S: de initialen van de drie eigenaars Brakke, Evertsz en Van Sypesteyn.
-
Plantage Visserszorg
Visserszorg aan de Commewijnerivier kreeg zijn eerste grond in 1743, ging in 1792 van koffie over op suiker en behoorde in 1863 met 286 vrijverklaarde mensen en 77 familienamen tot de grootste plantages van het land.
-
Plantage Accaribo
Accaribo aan de linkeroever van de Surinamerivier in Para werd in 1671 gesticht door de tweede gouverneur van Suriname, Philip Julius Lichtenbergh; in 1863 werden er 139 mensen vrijverklaard met 35 familienamen, en daarna werkten er 268 Hindostaanse en 162 Javaanse contractarbeiders.
-
Plantage Berg en Dal
Berg en Dal aan de linkeroever van de Surinamerivier in Brokopondo begon in 1713 als militaire post tegen aanvallen van marrons, werd in 1722 een suikerplantage en later een houtplantage, en telde bij de emancipatie van 1863 315 tot slaaf gemaakte mensen.
-
Jodensavanne en de plantages eromheen
Jodensavanne aan de Surinamerivier in Para was het centrum van een Portugees-Joodse plantersgemeenschap die rond 1700 met ongeveer 500 eigenaars zo’n 9.000 tot slaaf gemaakte mensen in bezit had; de synagoge Beracha Ve Shalom werd in 1685 ingewijd en de site staat sinds 2023 op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
Deze pagina’s zijn samengesteld uit gepubliceerde bronnen, laatst gecontroleerd in augustus 2026, en zijn nog niet ter plaatse geverifieerd. Zie je een fout of ken je een familienaam die hierbij hoort? Mail ons, we corrigeren met bronvermelding.
Veelgestelde vragen
Hoeveel plantages waren er in Suriname?
Rond 1770 telde Suriname ongeveer 450 werkende plantages, met gemiddeld zo’n 126 tot slaaf gemaakte mensen per plantage; van de 406 plantages die toen zijn geteld, produceerde ongeveer 75 procent koffie. Bij de afschaffing in 1863 waren er nog ruim 200 in bedrijf. De archiefgids Plantages in Suriname 1699-1909 van het Nationaal Archief is het startpunt om er een terug te vinden.
Hoe vind ik de plantage van mijn voorouders?
Begin bij de database Emancipatie 1863 van het Nationaal Archief in Den Haag. Let op: die zoek je op persoonsnaam, niet op plantagenaam. Je vindt bij een persoon een borderelnummer, en met dat nummer vind je de plantage terug in de borderellen in archieftoegang 2.02.09.08. De Surinaamse slavenregisters van 1830 tot 1863 zijn wel per eigenaar of plantage geordend en volledig gedigitaliseerd. Voor Hindostaanse en Javaanse voorouders noemen de immigratieregisters naam, schip, aankomstdatum en de plantage waar iemand werd geplaatst.
Wat gebeurde er op 1 juli 1863?
Op 1 juli 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft. De vrijgemaakte mensen kwamen daarna nog tien jaar onder Staatstoezicht te staan, tot 1 juli 1873: wie tussen de 15 en 60 was moest een arbeidscontract tekenen, meestal op dezelfde plantage. De eigenaren kregen 300 gulden per persoon uitgekeerd. De mensen zelf kregen niets.
Kun je Surinaamse plantages bezoeken?
Sommige wel. Peperpot is een natuurpark op 8 km van Paramaribo, Frederiksdorp aan de Commewijne is gerestaureerd en heeft een hotel, en Mariënburg met zijn suikerfabriek is over de weg bereikbaar. Veel andere plantages zijn alleen per boot te bereiken of liggen inmiddels onder bos. Onze Commewijne-plantagetour (€75 p.p.) doet er een aantal op één dag.
Waarom staan hier plantages op een reissite?
Omdat dit voor een groot deel van onze gasten de reden van de reis is. Van de ongeveer 365.000 Surinaamse Nederlanders zoeken velen één specifieke naam: die van de plantage in het emancipatieregister van 1863 of in het immigratieregister van hun overgrootvader. Wij zetten die namen hier neer met wat we erover kunnen verantwoorden.